|
Het diploma vindt zijn oorsprong in de
KNSB-schaatsproef.
Maar toen het inline skaten een grote vlucht nam is het diploma snel aangepast
en geschikt gemaakt als vaardigheidstest voor het skaten. De structuur is van
een heel andere opzet dan die van de SBN. Er zijn een drietal proeven die op zeven niveaus kunnen worden afgelegd.
De proeven zijn niet vergelijkbaar met de proeven van de diploma's
Jeugdskeeleren 1 en 2 van de Skatebond Nederland.
Het examen voor het KNSB-skatediploma bestaat uit drie onderdelen, te weten:
- De Start- en Remproef

- De Slalomproef
- De Langebaanproef
Het afrijden voor het KNSB-Skatediploma moet gezien worden als een hoogtepunt
van het seizoen en dient dan ook in principe slechts eenmaal per seizoen plaats
te vinden. Het is niet de bedoeling om in een zo kort mogelijke periode zo veel
mogelijk diploma's te laten behalen waardoor het plezier in het skaten van
ondergeschikt belang wordt.
Het diploma wordt in principe altijd uitgereikt,
ook als men niet helemaal aan de gestelde eisen heeft voldaan. Bij de overige
diploma's A t/m F wordt er goed opgelet of de skaters zo nauwkeurig mogelijk aan
de gestelde eisen voldoen. Kinderen die voor de tweede keer hetzelfde diploma
halen krijgen naast de behaalde letter A t/m F een zilveren of gouden ster.
Een uitgebreide beschrijving van de
KNSB-Schaatsproef vindt u in Het Complete Schaatsboek voor Jong en Oud
(ISBN 90-6076-380-7) van Huub Snoep en Pieter Bult.
Opleidingstraject KNSB-skatediploma
- Doelgroep:
Recreatieve skaters van alle leeftijden
- Aard van de opleiding: Het volgen van de
cursus voor beginners is een goede basis
- Aantal lessen:
5 lessen van een uur en een kwartier
- Max. aantal skaters: 15
|